Pestprotocol


Op Markenhage geldt nadrukkelijk:

Pesten tolereren we niet. We hebben respect voor de ander en onszelf.

 

1. Definities:

1.1. Wat is ruzie?
Ruzie gaat over een bepaalde zaak en niet om het beschadigen van een persoon.
Een ruzie kan uitgepraat worden.

1.2. Wat is plagen?
Er zijn geen slachtoffer(s) en dader(s): machtsverschil speelt geen rol. Bij plagen kun je elkaar aan. De ene keer word je geplaagd en een andere keer plaag jij. Het is niet kwaad bedoeld, maar meer als geintje.

1.3. Wat is pesten?
Bij pesten is er sprake van:
_ een slachtoffer(s) en dader(s): machtsverschil speelt een rol.
_ langdurig: het houdt niet op na één keer.
_ herhalend: hij of zij moet steeds jou hebben.
_ schade: er ontstaat lichamelijke, materiële en/of geestelijke schade.
_ opzet: de pester wil je expres kwetsen of pijn doen.

Op Markenhage spreken we van pesten:
als een leerling een langere periode herhaaldelijk is overgeleverd aan systematische mondeling en/of fysieke geweld van één of meer andere leerlingen en/of medewerkers van de school.

2. Maatregelen
2.1. Preventie maatregelen: 
Het behouden van een schoolklimaat in en buiten school waarin iedereen zich veilig kan en moet voelen.
Op Markenhage voorzien we hierin zo veel mogelijk door een aantal maatregelen.

Op schoolniveau:
- een pestprotocol
- toezicht tijdens pauzes in de aula en schoolplein door surveillanten.
- het personeel is op de hoogte van het pestprotocol en handelt volgens dit protocol
- mondeling en/of fysieke geweld van personeelsleden, ouders of leerlingen wordt niet 
geaccepteerd. Personeelsleden horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke 
gedragingen.

Op klasniveau:
- In de mentorlessen van de leerjaren 1 en 2 wordt aandacht besteed
- aan omgangsnormen, sociale vaardigheden en groepsvorming. In de hogere leerjaren komt voorafgaande ter sprake indien nodig.
- Een pestproject kan selectief ingezet worden door de mentor.
- Mentoren en docenten signaleren pestgedrag.

Op individueel niveau:
- het voeren van gesprekken met pesters en gepesten
- het voeren van gesprekken met de ouders van de betrokken kinderen.
- het aanbieden van counseling
- sociale vaardigheidstraining
- het benutten van de vertrouwenspersonen.
- Verwijzing naar externe instantie zoals CJG indien pesten structureel blijft
- Inzetten van politie 

2.2. Curatieve maatregelen: 
Bij zichtbaar pestgedrag of door onderzoek bij vermoeden/melding van pesten wordt overgaan tot de volgende aanpak:

Stap 1:
De gepeste leerling: slachtoffer
- Gesprek met de mentor: wat doet de gepeste en de pester, voor, tijdens en na het pesten (in kaart brengen wie/ wat /hoe en wanneer).Belangrijk is ook de vraag: welke oplossing wil de gepeste leerling?
- De leerling wordt serieus genomen en emotioneel ondersteund.

De pester: dader
- Gesprek met de mentor: tijdens het gesprek vertelt de mentor aan de pester dat het pestgedrag wordt afgekeurd.
Wat doet de gepeste en de pester, voor, tijdens en na het pesten (in kaart brengen wie/ wat /hoe en wanneer en zo de reden van het pesten achterhalen).
- Actie: Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste. Spiegelen van gedrag.
- De pester moet zijn excuses aanbieden tijdens gesprek stap 2.

Ouders gepeste en pester:
- De mentor informeert de ouders van de gepeste en pester. Er wordt uitgelegd op welke manier Markenhage hiermee omgaat (uitleg pestprotocol).
- Er wordt aan de ouders gevraagd een gesprek te voeren met hun kind over het pesten.

Meelopers: 
De passieve pester(s), doen niets om het pesten te stoppen en/of hangen rond de pester.
- Indien nodig heeft de mentor een groepsgesprek: het wordt bespreekbaar gemaakt in de groep. De mentor beslist hoe groot de groep is.
- De mentor beslist of er met het klassikale pestproject gestart zal worden.

Stap 2:
Gepeste en pester:
- De gepeste leerling en pester gaan met elkaar in gesprek met de mentor als gespreksleider. Iedereen moet zich veilig voelen tijdens het gesprek en er moet ruimte zijn om te zeggen wat je wilt. De leerlingen worden gestimuleerd om samen tot een oplossing te komen.De mentor gebruikt de “No-Blame” methode.
- De counselor kan de gepeste sociaal-emotionele hulp bieden als dat nodig is.
- Tevens kan de counselor gesprekken voeren met de pester over de redenen van zijn of haar gepest gedrag.

Stap 3:
- De mentor maakt een notitie in het leerlingvolgsysteem (logboek Magister)over de betreffende situatie en de gevolgde aanpak.

2.3. Het pesten blijft doorgaan.

Als wordt geconstateerd dat het pestgedrag zich blijft herhalen dan:
- Worden de docenten en afdelingsleider door de mentor hiervan op de hoogte gebracht.
- Zal de afdelingsleider samen met de mentor de ouders van zowel pester als de gepeste uitnodigen voor een gesprek op school. We nemen ouders serieus, vragen om samenwerking tussen school en ouders om het pestprobleem aan te pakken en geven advies over hoe om te gaan met de situatie. Na eerst alleen met de ouders gesproken te hebben komen dekinderen er na enige tijd bij. Hierin kan anti- pestcoördinator nog een rol spelen.

Hulp aan het gepeste kind.
- Probeer te achterhalen hoe erg de leerling gepest wordt en hoe zij/hij het ervaart.
- Mogelijkheid tot het aanvragen van interne sociale vaardigheidstraining aanvragen (in overleg met ouders en kind)
- Mogelijkheid tot interne counseling (in overleg met ouders en kind).
- Met hem/haar overleggen over mogelijke oplossingen
- Evaluatieafspraak maken met ouder en kind (1e keer na een week).

Aanpak van het gedrag van de pester
- Bespreken wat het pestgedrag voor de gepeste betekent (ontnemen van veiligheid, welbevinden).
- Onderzoeken waar het pestgedrag uit voort komt.
- Mogelijkheid tot het aanvragen van externe sociale vaardigheidstraining aanvragen (in overleg met ouders en kind)
- Mogelijkheid tot interne counseling (in overleg met ouders en kind).
- Afspraken over gedragsverandering maken.
- Duidelijk maken dat er sancties volgen indien het pesten niet stopt.Zijnde: schorsing van 1 dag, schriftelijke overeenkomst en blokrooster van 1 week.
- Evaluatieafspraak maken met ouder en kind (1e x na een week).

Aanpak meelopers:
- Indien nodig heeft de mentor een groepsgesprek: het wordt
bespreekbaar gemaakt in de groep. De mentor beslist hoe groot de groep is.
- De mentor beslist of er met het klassikale pestproject gestart zal worden.
- Indien nodig aangifte bij de politie adviseren.

Ons pestprotocol voldoet aan de criteria van het convenant ‘Veilige School VO Breda’.
Wij volgen de landelijke ontwikkeling op het gebied van pesten. Op dit moment is men nog steeds bezig om een goede methode te vinden rondom pesten.

Markenhage heeft een anti-pestcoördinator, conrector D.Boots (d.boots@markenhage.nl).